Verslag stichting het gehandicapte kind over Equal Play en RVC Celeritas
Het eerste verhaal gaat over Stichting Equal Play
Met Equal Play helpen we inclusieve teams oprichten’
Carolina Mori zocht vergeefs naar een voetbalvereniging waar haar zoon met downsyndroom welkom was. Daarom nam ze het initiatief om samen met een sportclub een nieuw inclusief team op te zetten, waarin kinderen met en zonder beperking samen kunnen voetballen. Van het een kwam het ander: nu helpt ze met haar stichting Equal Play sportclubs om inclusieve teams op te richten.
“Ik heb twee zoons van basisschoolleeftijd. Zoals veel kinderen van die leeftijd zijn ze geïnteresseerd in voetbal, dus ging ik op zoek naar een geschikte club voor hen.” Dat moest bij voorkeur een reguliere vereniging zijn, legt Carolina uit: “Ik heb altijd gezocht naar manieren waarop ook mijn kind met een beperking kon meedoen aan gewone activiteiten. Hij legt makkelijk contact en zit ook op een reguliere school. Bij één club was alleen zijn broer welkom, maar hij niet. Bij een andere club mochten ze het proberen, maar daar zaten 30 tot 40 kinderen in het team – dat was wat overweldigend.”
‘Waar vinden we kinderen?’
“Toen heb ik clubs aangeschreven of ze een team wilden oprichten waarin kinderen met en zonder handicap samen kunnen spelen, waar iedereen welkom is. Een hockeyclub bij mij in de buurt was de eerste die reageerde. Zij wilden meteen beginnen maar vroegen mij: waar vinden we de kinderen? Ik had al eens een onderzoekje gedaan op Facebook om de behoefte te peilen onder ouders van kinderen met een handicap, en veel ouders reageerden toen positief. Die ouders heb ik aangeschreven en dat leverde 27 inschrijvingen op, ook van kinderen zonder handicap.”
Een andere club die met Carolina in gesprek wilde, was voetbalvereniging RVC Celeritas: “Voorzitter Cees Kouwenhoven van Celeritas was heel open en nieuwsgierig. Maar hij was ook huiverig. Hij zei: kinderen willen competitie, ze willen spelen tegen kinderen van hun eigen niveau. Maar ik zei: laten we het proberen en kijken wat er gebeurt. Zo zijn we gaan samenwerken. Nu ziet hij de meerwaarde van een inclusief team. Het is geweldig om deze kinderen samen te zien spelen; kinderen die anders die kans niet hadden gehad. Dat geldt ook voor kinderen zonder beperking, of kinderen die om andere redenen niet goed binnen het reguliere aanbod pasten. Die zijn misschien later begonnen waardoor ze geen aansluiting meer hadden bij kinderen die al langer en dus beter voetballen. Of ze hebben misschien iets anders waardoor ze aan de zijlijn stonden. Inclusie creëert ruimte voor heel veel soorten kinderen.”

Ook bij haar eigen zoons, die nu allebei bij Celeritas voetballen, ziet Carolina dat het idee goed uitpakt: “Zij leren voetballen en maken vrienden. Ook vóór de training spelen ze samen tafelvoetbal in de kantine met de andere kinderen. Ze vinden het fijn om deel uit te maken van het team. Ze zijn er niet mee bezig wie er wel of niet een handicap heeft, dat speelt voor hen geen rol.”
‘Dit is nog maar het begin’
Dat succes wilde Carolina graag voor meer kinderen mogelijk maken. “Ik dacht: dit is nog maar het begin. Ik ben met organisaties gaan praten zoals de gemeente en Stichting het Gehandicapte Kind. Ik ontdekte dat veel organisaties voorstander zijn van inclusieve sport, maar dat er nog niemand is die één-op-één ondersteuning geeft aan teamsportclubs die de stap willen maken. Toen ben ik zelf meer clubs gaan benaderen, en veel stonden ervoor open en wilden met me in gesprek. Die persoonlijke begeleiding is precies waar Equal Play zich in onderscheidt. We begeleiden clubs stap voor stap: van idee tot uitvoering.”
Als een vereniging met Equal Play een inclusief team wil oprichten, dan begint dat met een aantal afspraken, zoals wanneer het team gaat starten, wie de coach is en op welke dagen er getraind wordt. Daarna is het tijd om deelnemers te werven. “Kinderen vinden is niet vanzelfsprekend, maar er is wel veel behoefte. In de Facebook-groep van ouders van kinderen met een beperking merk je hoe groot de vraag naar inclusieve teams is, juist omdat het aanbod zo beperkt is. Ook benader ik de scholen in de regio, voor speciaal en regulier onderwijs. Vervolgens gaat het van mond tot mond bij ouders. Zo beginnen we een nieuw team meestal met 25 tot 30 kinderen die het willen proberen. Daarna vallen er altijd wat af en blijven er zo’n 15 over. Dat is prima; zo gaat het ook bij reguliere teams.”
Ondersteuning en financiering
De opstart duurt enkele maanden, waarin Equal Play ook financiering regelt. “De kinderen betalen contributie, meestal tegen een aangepast tarief. We zorgen voor de juiste ondersteuning en financiering om een duurzaam, inclusief team mogelijk te maken. En Stichting het Gehandicapte Kind heeft bijgedragen aan de organisatie en aan extra scholing voor de voetbaltrainers, in samenwerking met de KNVB. Dat is belangrijk – zeker voor ouders die eerst twijfelen. Je hebt maar één kans om een goede eerste indruk te maken.”
Equal Play werkt nauw samen met de KNHB om inclusieve hockeyteams te ondersteunen. Ook is er een partnership met de Universiteit Leiden om wetenschappelijk onderzoek te doen naar de voordelen van inclusieve teams voor kinderen met en zonder beperking. Er zijn inmiddels meerdere hockey- en voetbalteams opgericht en er komen nog steeds nieuwe bij. Ook vanuit andere sporten is belangstelling, zoals honkbal, vertelt Carolina: “Het doel is dat er nog veel clubs en sporten bij komen. We richten ons op populaire teamsporten omdat teamsport echt helpt bij het opbouwen van sociale verbindingen. Maar in principe is het voor elke sport mogelijk; er is altijd een manier.”
Teamgevoel smeden
Om contacten tussen kinderen te stimuleren en teamgevoel te smeden, worden er ook uitjes georganiseerd. “We willen graag dat ze niet alleen komen trainen maar ook daarbuiten contact hebben. Daarom organiseren we in juli een tweedaags zomerkamp voor meer dan 60 kinderen met en zonder beperking – waarbij we vooral kinderen uit de inclusieve teams verwelkomen, maar ook ruimte bieden aan nieuwe deelnemers – om samen te voetballen, te hockeyen en nieuwe vriendschappen te sluiten. Want sport gaat niet alleen om bewegen, maar ook om ergens bij horen, gezien worden, en deel uitmaken van je wijk.”
“Wat ik altijd heb vermoed, wordt bevestigd als ik zie hoe de kinderen zich ontwikkelen in hun spel en onderlinge contact. Ze profiteren echt van inclusief sporten; ze leren samen spelen, meedoen en een band opbouwen. Ook de kinderen die veel begeleiding nodig hebben, ontwikkelen zich en vragen na verloop van tijd minder begeleiding. Ik zie steeds vaker hoezeer we deze kinderen onderschatten. Niet omdat ze minder kunnen – maar omdat ze minder kansen krijgen. Natuurlijk wist ik dat van mijn eigen zoon, maar nu zie ik dat hij geen uitzondering is. Het geldt voor zo veel kinderen: als we een beetje geduld met ze hebben dan ontwikkelen ze zich. Je moet ze gewoon een kans geven.”
Het tweede verhaal gaat over RVC Celeritas
‘Alle spelers zijn zelfverzekerder geworden’
Voetbalvereniging RVC Celeritas in Rijswijk heeft een inclusief team opgericht: voor kinderen met en zonder handicap. Dat deed de vereniging samen met stichting Equal Play. Na wat eerste twijfels is iedereen blij met het nieuwe team: “Een verrijking voor de vereniging.”
In de kantine van RVC Celeritas is het gezellig druk op woensdagmiddag. De kinderen van het inclusieve team zijn aan het tafelvoetballen, kletsen of zitten nog even rustig bij hun ouders, voordat de training begint.

Zo vanzelfsprekend als het loopt in de kantine – met kinderen met en zonder handicap door elkaar heen – zo vanzelfsprekend was het niet vanaf het begin. In elk geval niet voor Cees Kouwenhoven, voorzitter van RVC Celeritas, die in de kantine enthousiast de ouders en kinderen ontvangt: “Ik was in eerste instantie best sceptisch toen stichting Equal Play mij benaderde met het idee. Dat kinderen van onze reguliere teams zouden overstappen op het inclusieve team, zag ik niet voor me. Die zijn al verder, dan zouden ze qua niveau een stapje terug moeten doen.”
Ieder op zijn eigen niveau
Toch stond Kouwenhoven ervoor open om een inclusief team op te richten. “Een voetbalvereniging gaat niet alleen over presteren, het is ook een sociaal project. We hebben een verantwoordelijkheid naar de wijk en de buurt. Het gaat erom dat iedereen op zijn eigen niveau mee kan doen.” Samen met Equal Play stelde hij een plan op en maakte hij reclame voor het nieuwe team bij de gemeente, revalidatiecentra en scholen. “Daar zijn veel reacties op gekomen. Nu hebben we een vaste groep van 20 kinderen.”

Een van die kinderen is Malik. Hij heeft autisme, vertelt zijn moeder. Ze staat langs het veld te kijken naar de training, die inmiddels is begonnen. “Eerst wilde Malik niet sporten. Misschien was hij er een beetje bang voor omdat hij tot een paar jaar geleden niet kon praten. Maar de eerste training was meteen duidelijk: hij wil meer!” Er zijn meer kinderen in het team die een beperking hebben, maar ook kinderen zonder handicap hebben zich aangemeld, ieder met een eigen reden. Zo is er een speler die door faalangst niet gelukkig was in de competitieve sfeer van een regulier team. Een ander heeft een concentratieprobleem waardoor hij in dit team beter gedijt. En een derde doet mee omdat hij het gewoon gezellig vindt om een potje te voetballen.
Duidelijkheid en zekerheid

Hoe geef je training aan zo’n diverse groep? Trainer en onderbouwcoördinator Abdulla Rahimi had daar geen ervaring mee maar kreeg al snel de slag te pakken, vertelt hij: “Na een paar trainingen ontdekte ik dat het iets anders werkt dan ik gewend was. Als ik dezelfde oefeningen doe als in de reguliere groepen, geeft dat te veel druk op deze kinderen. Het was nét te moeilijk, ze werden gefrustreerd in plaats van dat ze plezier maakten. En voetbalplezier staat voorop. Daarna heb ik het plan aangepast: ik ben me gaan richten op basisvaardigheden, met simpele oefeningen met dribbelen, passen en schieten, zodat ze zich daar langzaam in kunnen ontwikkelen.”
Ook kregen ze tips van experts van een school voor speciaal onderwijs, vertelt voorzitter Kouwenhoven: “Zij hebben een paar trainingen meegekeken. Ze adviseerden bijvoorbeeld om meer te herhalen. Wij deden elke training weer iets anders. Hun tip was om een paar keer achter elkaar hetzelfde doen. En om, als je de kinderen indeelt in groepjes, hun een hesjes te geven zodat ze weten bij welke groep ze horen. Kortom: zorgen voor meer duidelijkheid en zekerheid.”
Na een gezamenlijke warming-up worden de kinderen op leeftijd verdeeld in twee groepen – inderdaad met twee kleuren hesjes. De groepjes worden begeleid door meerdere trainers, vooral ouders van de kinderen. “Die zijn heel betrokken bij het sporten van hun kind”, zegt Kouwenhoven. “Dat is een verrijking voor de vereniging.” Na een uur wordt de training weer gezamenlijk afgesloten.
Vrienden maken
Trainer Rahimi is duidelijk trots als de kinderen het veld verlaten: “Gaandeweg leer je als trainer hoe het werkt, en de kinderen leren voetbal. Als je hun ontwikkeling ziet, is dat het mooiste wat er is. Allemaal zijn ze zelfverzekerder geworden; ze durven te voetballen en vrienden te maken. Dat is waar we het voor doen.”

Ook de sfeer is goed, ziet voorzitter Kouwenhoven, in het team en binnen de vereniging. “Ik zie dat de spelers met en zonder handicap elkaar heel vanzelfsprekend accepteren. Er is verbondenheid ontstaan.” De inclusie van het team binnen de vereniging zou hij nog wel verder willen doorvoeren: “Ze trainen nog niet tegelijk met andere teams op één veld, door ruimtegebrek. Dat willen we wel graag. En we willen wedstrijdjes gaan inplannen met andere teams van hetzelfde niveau. Buiten de reguliere competitie om maar wel tijdens de jeugdwedstrijden: we willen geen afscheiding, ze zijn gewoon een jeugdgroep.”
Hij zou het elke vereniging aanraden: “Dit moet eigenlijk normaal zijn, dat kinderen met en zonder beperking samen kunnen sporten. Ik hoop dat verenigingen dit gaan proberen want het is aan alle kanten een verrijking – voor de kinderen, voor de ouders en voor de vereniging – als je samen je favoriete sport kunt beoefenen.”








































